Veranderingen in de Zorgstelsel (komende jaren)

Prinsjesdag: Zorgverzekering in 2018

Prinsjesdag: belangrijkste veranderingen zorgverzekering in 2018

Gepubliceerd: 19 september 2017 15:33 Facebook Zorgstelsel.nl

Tijdens Prinsjesdag zijn de belangrijkste wijzigingen voor de zorgverzekering in 2018 bekend gemaakt. Er vinden veranderingen plaats in het eigen risico, de nominale zorgpremie, de zorgtoeslag en de inkomensafhankelijke bijdrage. Ook het basispakket wordt op een aantal punten gewijzigd. Ga je er op voor- of achteruit in 2018?

In elk geval is duidelijk dat veel Nederlanders het volgend jaar gaan voelen in hun portemonnee: de zorgpremie stijgt met 6 euro per maand en het eigen risico gaat omhoog van 385 naar 400 euro per verzekerde. Ook de inkomensafhankelijke bijdrage voor zowel werknemers, als zelfstandigen en gepensioneerden gaat omhoog. Daar tegenover staat dat de zorgtoeslag stijgt voor de laagste inkomens.

Belangrijkste cijfers

 20172018Verschil
Nominale premie (totaal) 1.326 euro 1.315 euro + 72 euro
Verplicht eigen risico 385 euro 400 euro + 15 euro
Maximale zorgtoeslag eenpersoonshuishoudens  1.066 euro 1.197 euro + 131 euro
Maximale zorgtoeslag meerpersoonshuishoudens 2.043 euro 2.237 euro + 194 euro
Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw werknemers 6,65%  6,90% + 0,25
Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw werkgevers/zzp’ers 5,40%  5,65% + 0,25
Premie Wlz 9,65%  9,65%  0,00

Zorgpremie met 250 euro omhoog in 2018!!

Zorgpremie niet 30 of 70, maar 250 euro omhoog in 2018’

Gepubliceerd: 05 september 2017 10:20 - Update: 05 september 2017 10:27 Facebook

Door bezuinigingen in zorginstellingen gaat de zorgpremie in 2018 fors stijgen. Gezondheidseconoom Wim Groot verwacht komend jaar een stijging van zeker 20 euro per maand, ofwel bijna 250 euro per verzekerde. Voor een gezin met twee kinderen van minimaal 18 jaar komt dit neer op een kostentoename van maar liefst 1.000 euro.

De premiestijging is vele malen meer dan eerder werd voorspeld door Chris Oomen van DSW en Rob Adolfsen van het voormalige Anno12.  Zij voorzien respectievelijk een stijging van 30 en 70 euro voor 2018.

Bodem is bereikt

Uit een jaarlijks onderzoek van accountantskantoor EY blijkt dat zorginstellingen de bodem hebben bereikt: voor het eerst sinds jaren komt de winst onder de 1 procent uit. Als de winst te laag is, kunnen ziekenhuizen en andere instellingen geen investeringen meer doen. Daardoor komen de zorginstellingen in een negatieve spiraal terecht. Sommigen gaan zelfs failliet, verwacht Groot.

400 miljoen

Daarom moeten overheid en burgers volgend jaar de portemonnee trekken om de zorg te bekostigen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft al beloofd om 400 miljoen euro uit te trekken voor de langdurige zorg. Dat is echter niet genoeg om zorginstellingen te redden. De verzekerde is daarom het kind van de rekening: een stijging van 250 euro ligt voor hen in het verschiet. ‘Het geld moet immers ergens vandaan komen’, vertelt Wim Groot.

In hoeverre de premie precies omhoog gaat, is voorlopig nog koffiedik kijken. Pas op de derde dinsdag van september, tijdens Prinsjesdag, weten we meer. Het (demissionair) kabinet maakt dan de nominale rekenpremie bekend, een leidraad voor de daadwerkelijke premie bij de zorgverzekeraars.

Zorgverzekeraar DSW zal traditiegetrouw een week na Prinsjesdag als eerste de premie voor 2018 bekend maken.

Langdurige zorg

Het gaat vooral om de langdurige zorg waar de problemen liggen. Hier worden enorme verliezen gedraaid. De belangrijkste oorzaak hiervan zijn de tarieven voor de wijkverpleging, verpleeghuiszorg en thuiszorg. Deze zijn dusdanig laag dat er geen geld is om te investeren in personeel, technologie of gebouwen. De zorg wordt in veel zorginstellingen daarom geleverd onder de kostprijs.

LEES OOK
Wet langdurige zorg (Wlz)

De Wet langdurige zorg (Wlz) is er voor cliënten die voortdurend intensieve zorg nodig hebben in de nabije omgeving.

* Informatiebron: zorgwijzer.nl

Zorgverzekering duurder in 2018!

Zorgverzekering minimaal 30 euro duurder in 2018

Gepubliceerd: 04 augustus 2017 10:43 - Update: 04 augustus 2017 11:05 Facebook

De premie voor de zorgverzekering stijgt in 2018 met ten minste 30 euro per verzekerde. Dit heeft te maken met een onverwachte tegenvaller van zo’n 400 miljoen euro. Geld dat volgens Chris Oomen van DSW hoe dan ook wordt doorberekend aan de premiebetaler. Zo vertelt hij aan de NOS: “Bij de premievaststelling hebben we in ieder geval te maken met deze 30 euro, een onaangename boodschap vooraf”.

De kans is dus groot dat de genoemde 30 euro slechts een minimale stijging is en dat de daadwerkelijke premies nog verder omhoog schieten. De zorguitgaven zijn immers nog steeds aan het stijgen.

Waar komt de 400 miljoen vandaan?

Zorgverzekeraars kunnen op drie manieren geld verdienen: via premies van hun klanten, via rendement van beleggingen en via het zogenaamde zorgverzekeringsfonds. Dit fonds wordt gespekt door middel van werkgeversbijdragen en subsidies van de overheid. Maar wat blijkt na grondige herberekeningen: zorgverzekeraars krijgen voor 2016 minder geld uit dat fonds dan dat zij hadden gedacht. Kortom, een flink en onvoorzien gat in de financiën.

Zorgpremie 2018

Doordat ziektekostenverzekeraars nu hun reserves moeten gebruiken om dit gat te dichten, zullen zij voor 2018 minder geld in kas hebben om de zorgpremie zo laag mogelijk te houden. De verzekerde is de dupe en zal dit gaan voelen in de portemonnee.

Tijdens Prinsjesdag, op 19 september, wordt de rekenpremie bekend gemaakt door de overheid. Dit is meestal een leidraad voor de definitieve premie bij de verschillende zorgverzekeraars. Ook wordt er op deze dag meer bekend over het verplichte eigen risico, die nu 385 euro bedraagt.

Informatiebron: Zorgwijzer.nl

Zorgtoeslag niet meer op eigen rekening?

Verzekerde krijgt zorgtoeslag niet meer op eigen rekening’

Gepubliceerd: 26 juni 2017 12:50 - Update: 26 juni 2017 13:02 / Informatiebrond: Zorgstelsel.nl

Verzekerden krijgen de zorgtoeslag niet langer uitgekeerd op hun eigen rekening. In plaats daarvan gaat de subsidie direct naar de zorgverzekeraar. Die maatregel stelt de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) voor in het rapport: ‘Eenvoud loont. Oplossingen om schulden te voorkomen’.

Volgens de RVS zou de zorgtoeslag te vaak worden gebruikt voor andere doeleinden dan de eigenlijke bestemming: het betalen van zorgpremie. Een op de vijf Nederlanders zou volgens het CBS daarom met schulden kampen.

Schulden voorkomen

Zoals de naam van het rapport al aangeeft, kunnen veel schulden voorkomen worden als het beleid rondom overheidstoeslagen wordt vereenvoudigd. Het huidige toeslagensysteem is voor sommige Nederlanders dusdanig ingewikkeld dat zij een verhoogd risico op schulden hebben. Zorgtoeslag wordt namelijk vaak gebruikt voor andere zaken dan waar deze eigenlijk voor bedoeld is: betalen van de zorgpremie en het eigen risico. Dat is opvallend, want de zorgtoeslag bedraagt een aanzienlijk deel van de basispremie.

Lagere premie

Door zorgtoeslag direct over te maken aan de verzekeraar wordt grotendeels voorkomen dat de premie onbetaald blijft en wordt de toeslag dus altijd gebruikt waar hij voor bedoeld is. In plaats van de zorgtoeslag op de rekening te ontvangen, betaalt de verzekerde simpelweg minder premie aan de verzekeraar doordat de zorgtoeslag van de bruto premie wordt afgetrokken, bijvoorbeeld:

Premie basisverzekering € 102,00
Premie aanvullende verzekering € 12,50
Zorgtoeslag – € 88,00
Netto premie € 26,50

Een ander belangrijk voordeel van deze maatregel is dat misbruik wordt voorkomen, omdat de subsidie altijd wordt gebruikt waar het voor bedoeld is en niet kan worden doorgesluisd naar andere rekeningen.

Overige toeslagen

Ook voor de huurtoeslag stelt de RVS voor om de subsidie voortaan direct over te maken aan de verhuurder. De kans op betalingsproblemen wordt daarmee fors kleiner.

Veranderingen Zorg in 2017

 

Welke veranderingen zijn er in de zorg?

Ieder jaar vinden er wijzigingen plaats ten aanzien van het zorgstelsel en de zorgverzekering. Het is niet gemakkelijk om zelf al deze veranderingen bij te houden. Daarom worden hieronder de belangrijkste en meest actuele wijzigingen van dit jaar (2016) en volgend jaar (lees: zorgverzekering in 2017) in kaart gebracht. De pagina wordt regelmatig bijgewerkt, zodat iedereen op de hoogte blijft van belangrijke en recente wijzigingen op het gebied van de zorg.

LEES OOK
Prinsjesdag: belangrijkste veranderingen voor zorgverzekering 2017

De wijzigingen van de zorgverzekering voor 2017 zijn bekend gemaakt door het kabinet. Wat verandert er aan de zorgpremie, eigen risico en zorgtoeslag?

Op deze pagina wordt onderscheid gemaakt tussen:

  1. Veranderingen binnen de zorgverzekering
  2. Veranderingen in de zorg

Veranderingen zorgverzekering

In 2016 hebben veranderingen plaatsgevonden met betrekking tot de Zorgverzekeringswet (Zvw) , het Besluit zorgverzekering (Bzv) en de Regeling zorgverzekering (Rzv). Deze wijzigingen hebben betrekking tot tal van onderwerpen, zoals het basispakket, het eigen risico en de zorgtoeslag.

Basispakket

Het basispakket die vanuit de basisverzekering wordt gedekt, is in 2016 op een aantal punten gewijzigd:

  • Allereerst zal de eigen bijdrage voor hoortoestellen voor kinderen (onder de 18 jaar) worden afgeschaft. Dat betekent dat een gehoortoestel voor een kind volledig wordt vergoed door de zorgverzekeraar.
  • Verder zal de sportarts per 1 januari 2016 vallen onder de dekking van de basisverzekering, omdat deze arts wordt erkend als specialist. Een verwijsbrief van de huisarts is wel vereist.

Verder worden er een aantal behandelingen toegelaten tot de basisverzekering:

  • Prenatale chirurgie: het opereren van foetussen met een open ruggetje.
  • Prenatale screening: de Niet-Invasieve Prenatale Test (NIPT) wordt op dit moment alleen vergoed bij een positieve uitslag van de combinatietest. In 2016 wordt de NIPT ook vergoed zonder voorafgaande combinatietest. Voorwaarde is dat de uitslag van de test positief is.
  • Behandeling hepatitis C: de medicijnen Viekirax en Exviera tegen behandeling van chronische hepatitis C.

De volgende behandelingen zijn voorwaardelijk toegelaten:

  • Medicijn tegen de auto-immuunziekte SLE
  • Autologe Vettransplantatie (AFT) bij borstreconstructie
  • Speciale behandeling bij Rughernia (PTED)

2017

Op dit moment (6 september 2016) zijn er al een aantal dingen bekend wat betreft de veranderingen in het basispakket die per 1 januari 2017 zullen worden doorgevoerd. Het basispakket wordt tot dusver uitgebreid met vergoedingen voor:

  • Kortdurend verblijf in een zorginstelling voor patienten die vanwege medische redenen nog niet thuis kunnen wonen, bijvoorbeeld kort na ontslag in het ziekenhuis
  • Borstprotheses voor vrouwen en transvrouwen die geen borstgroei hebben
  • Bovenooglidcorrectie bij patiënten die niet of nauwelijks kunnen zien vanwege een slap of verlamd bovenooglid.
  • Besnijdenis op grond van medische noodzaak
  • Maximaal 37 behandelingen fysiotherapie voor mensen met etalagebenen
  • Implantaten voor jongeren tot 23 jaar die (blijvende) snij- en hoektanden missen. Voorwaarde is dat de tanden verloren zijn gegaan als gevolg van een ongeval of genetische afwijking.

Eerder dit jaar kwam naar voren dat zorgkosten die buiten Europa worden gemaakt, niet langer worden gedekt door de basisverzekering. De werelddekking vanuit het basispakket zou daardoor komen te vervallen. Uiteindelijk blijft de werelddekking voor zorg in buitenland gewoon bestaan in 2017. Nederlanders die spoedeisende zorg buiten Europa nodig hebben krijgen 100 procent van het in Nederland gebruikelijke tarief vergoed.

Vrije artsenkeuze

Hoewel er eind 2014 nog een grote discussie was rondom vrije artsenkeuze, kan iedereen in 2016 kiezen uit drie verschillende polissen: een budgetpolis met beperkte zorgkeuze, een naturapolis met ruime zorgkeuze en een restitutiepolis met vrije zorgkeuze. Van vrije artsenkeuze is dus nog steeds sprake in het geval van de natura- en restitutiepolis. Toch is het opletten voor bepaalde polissen waarbij men voor bepaalde operaties of behandelingen slechts kan kiezen uit een selectief aanbod ziekenhuizen en klinieken.

2017

Er zal mogelijk een nieuwe polis worden geïntroduceerd waarbij verzekerden een korting krijgen op hun eigen risico als zij besluiten om gebruik te maken van ziekenhuizen en zorgaanbieders die zijn gecontracteerd door de zorgverzekeraar. De budgetpolis zoals we die nu kennen zal mogelijk blijven bestaan of dezelfde vormgeving krijgen als deze nieuwe polis.

Eigen risico

Het wettelijk verplichte eigen risico wordt ieder jaar door de overheid vastgesteld aan de hand van de nieuwe begroting. Afgelopen jaren is het eigen risico alleen maar gestegen, zoals je hieronder kunt zien. In 2016 is het eigen risico met tien euro omhoog gegaan naar een totaal van 385 euro.

2017

In 2017 blijft het eigen risico gelijk, eveneens op een bedrag van 385 euro.

Eigen-risico-zorg-2017

Zorgverzekeraars kunnen nu al voor bepaalde zorgvormen een vrijstelling geven voor het eigen risico. Dit geldt vooral voor bepaalde gezondheidsprogramma’s, bijvoorbeeld voor patiënten met diabetes. In 2017 krijgen verzekeraars zelf de mogelijkheid om bepaalde  zorgvormen toe te voegen aan de vrijstelling voor het eigen risico. Het gaat specifiek om dieetpreparaten of preventieprogramma’s die gezondheidsproblemen kunnen voorkomen.

Zorgpremie

De zorgpremie is in 2016 met gemiddeld 50 euro gestegen. De gemiddelde basispremie bedraagt in 2016 iets meer dan 102 euro per maand. Dat was in 2015 ongeveer 98 euro. De stijging van de premie voor de zorgverzekering is met name te wijten aan de strengere eisen die de Europese Unie stelt aan de financiële gezondheid van zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars moeten daardoor grotere financiële reserves opbouwen en kunnen minder van hun opgebouwde reserves gebruiken om de premie laag te houden. Een andere factor blijft de transitie van de langdurige zorg begin 2015. Verzekeraars hebben er daardoor veel taken bijgekregen, zoals het organiseren (en bekostigen) van de wijkverpleging. Om die kosten te compenseren moet er meer vermogen worden opgebouwd.

2017 

In 2017 stijgt de premie van de zorgverzekering naar verwachting met 42 euro. Dat komt neer op 3,50 euro per maand per verzekerde. Hieronder een overzicht van de nominale premie in de afgelopen jaren:

gemiddelde-nominale-zorgpremie-2017

 

Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en premie Wlz

Zelfstandigen, werkgevers en gepensioneerden betalen in 2016 meer inkomensafhankelijke premie voor de Zorgverzekeringswet (Zvw). Om precies te zijn, is het percentage gestegen van 4,85 naar 5,50 procent. Verder is de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Wlz (Wet langdurige zorg) blijven steken op 9,65. Voor werknemers daalt de inkomensafhankelijke bijdrage iets.

2017

In 2017 daalt inkomensafhankelijke bijdrage Zvw met 0,10 procent voor iedereen. De premie voor de Wlz blijft ook in 2017 gelijk.

 201520162017
Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (werkgeversheffing) 6,95 procent 6,75 procent 6,65 procent
Inkomensafhankelijke (eigen) bijdrage Zvw (ondernemers/gepensioneerden) 4,85 procent 5,50 procent 5,40 procent
Inkomensafhankelijke bijdrage Wlz (voorheen AWBZ) 9,65 procent 9,65 procent 9,65 procent

Maximum-bijdrage-inkomen

De maximum-bijdrage-inkomens van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw staan hieronder vermeld:

 201520162017
maximum-bijdrage-inkomen 51.976 euro 52.763 euro nog niet bekend

Zorgtoeslag

Om de stijging in de zorgpremie te financieren is de zorgtoeslag iets omhoog gegaan in 2016. Mensen met een minimuminkomen zien hun zorgtoeslag in 2016 stijgen van 78 naar 83 euro. Voor meerpersoonshuishoudens geldt een maandelijkse stijging van 10 euro. Met deze stijging worden verzekerden volledig gecompenseerd voor de stijging van de zorgpremie.

Grafiek-Zorgtoeslag-2016

Grafiek-Zorgtoeslag-2016-meerpersoons

Bij het bepalen van de zorgtoeslag kan ook het eigen vermogen een rol spelen. Het berekenen van je persoonlijke toeslag kan via de website van de belastingdienst.

2017

De zorgtoeslag stijgt volgend jaar gedeeltelijk mee met de stijging van de nominale premie. Alleenstaanden in de laagste inkomenscategorie (of geen inkomen) krijgen er maandelijks 2 euro bij. Meerpersoonshuishoudens krijgen het dubbele van dit bedrag.

Verandering in de (langdurige) zorg

Per 1 januari 2015 is de AWBZ overgeheveld naar een aantal nieuwe en bestaande wetten, namelijk:

  • De Wet langdurige zorg (Wlz)
  • Zorgverzekeringswet (Zvw)
  • Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
  • Jeudgwet

Hieronder een video die de belangrijkste wijzigingen bondig bespreekt.

Door de wijzigingen hebben vooral gemeentes en zorgverzekeraars er veel taken bij gekregen. Hieronder wordt nader ingegaan op de taken die vanuit de AWBZ zijn overgeheveld.

Wet langdurige zorg (Wlz)

De Wlz is een nieuwe zorgwet die AWBZ-taken overneemt in het kader van langdurige en intensieve zorg. Mensen die voor de wet in aanmerking komen hebben de hele dag zorg of toezicht in de nabije omgeving nodig. Dit zijn bijvoorbeeld vergevorderde demente ouderen, ernstig chronisch zieken of jongeren en volwassenen met een ernstige verstandelijke, zintuigelijke of lichamelijke beperking.

Via het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) kan men een indicatie voor zorg vanuit de Wlz aanvragen. Het CIZ gaat dan onderzoeken of je daarvoor in aanmerking komt. Afhankelijk van de indicatie kan men dan recht hebben op verschillende zorgvormen of behandelingen, zoals:

  • Verblijf in een instelling
  • Persoonlijke verpleging en verzorging
  • Begeleiding
  • Bepaalde hulpmiddelen
  • Geneeskundige zorg en behandeling in verband met de indicatie
  • Vervoer naar de plek waar begeleiding, behandeling, verblijf en/of verzorging plaatsvindt

–> Meer over de Wlz

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

In 2015 is er een nieuwe Wmo. Deze wordt qua takenpakket uitgebreid, omdat er een aantal taken vanuit de voormalige AWBZ worden overgenomen. Dit betekent dus ook dat de gemeente meer verantwoordelijkheden krijgt. De nieuwe Wmo heeft als voornaamste doel om ervoor te zorgen dat mensen hulp krijgen zodat ze zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Hieronder een overzicht van de nieuwe doelen/taken van de gemeente in het kader van de Wmo 2015:

  • Ondersteuning van mensen die op eigen kracht niet zelfredzaam zijn (ondersteuning en begeleiding)
  • Ondersteuning van burgers bij het partciperen in de samenleving (dagbesteding)
  • Bescherm wonen en opvang
  • Ondersteuning van mantelzorgers
  • Ondersteuning van cliënten, bijvoorbeeld bij de Wmo-aanvraag.

De gemeente bekijkt met de cliënt samen wat zijn/haar mogelijkheden zijn en wat zijn/haar familie en vrienden kunnen betekenen. Vervolgens wordt overlegd en bepaald welke hulp precies nodig is. De wijkverpleegkundige kan ook een belangrijke rol spelen in dit proces. Uiteindelijk is het de gemeente die een algemene voorziening of maatwerkvoorziening aanbiedt aan de cliënt, zoals:

  • Huishoudelijke hulp
  • Koffieochtend of bijeenkomst in het buurthuis
  • Boodschappenbus
  • Maaltijdservice
  • Hulp bij de administratie
  • Scootmobiel

–> Meer over de Wmo

Zorgverzekeringswet (Zvw)

Ook zorgverzekeraars hebben er in 2015 taken bijkregen. Dat komt doordat een aantal taken vanuit de AWBZ zijn overgeheveld naar het basispakket van de Zvw. Om precies te zijn gaat het om:

  • Verzorging en persoonlijke verpleging thuis (extramuraal), zoals het toedienen van medicatie, hulp bij het wassen en aankleden en het verzorgen van wonden.
  • Behandeling (zonder opname) van mensen met een zintuiglijke handicap
  • Palliatieve zorg (verzachting en verlichting van terminaal zieken)
  • Intensieve kindzorg
  • De eerste drie jaar Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ)

De wijkverpleegkundige bekijkt welke zorg en hulp iemand nodig heeft op medisch en sociaal gebied. Zowel de gemeente en zorgverzekeraar werken hierin samen en maken gebruik van de bevindingen van de wijkverpleegkundige. Daardoor komt het voor dat sommige zorg en ondersteuning vanuit de Wmo wordt vergoed en andere zorg vanuit de Zvw.

Voor de meeste zorg die op grond van de Zvw wordt vergoed, geldt het eigen risico.

–> Meer over het basispakket en de Zorgverzekeringswet

Jeugdwet

Ook de jeugdzorg is per 1 januari 2015 op een andere manier georganiseerd. Zo zijn er meerder taken vanuit de AWBZ bijgekomen. Daarom is er nu een nieuwe wet: de Jeugdwet. In de wet staat dat gemeenten voorziet in het organiseren van de nodige hulp en zorg voor kinderen en jeugdigen. Kortom, de volgende zorg- en hulpvormen worden daarom vanuit de Jeugdwet , door de gemeente, geregeld:

  • Hulp bij opvoedingsproblemen
  • Basis- en specialistische GGZ
  • Forensische GGZ
  • Zorg bij een lichte lichamelijke beperking
  • Zorg bij een (lichte) verstandelijke beperking
  • Vervoer bij begeleiding
  • Persoonlijke verzorging (sommige gevallen)
  • Kinderbescherming
  • Jeugdreclassering
  • Gesloten jeugdzorg

Toegang tot jeugdzorg- en hulp op grond van de Jeugdwet is beschikbaar via de gemeente bij een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) of via een wijkteam. Ook een school of arts kan een centrale rol spelen in de toegang tot jeugdhulp. In de praktijk vindt toegang tot jeugdzorg/jeudhulp echter op een iets andere manier plaats. Vraag na bij jouw gemeente hoe dit is geregeld.

In sommige gevallen valt de zorg en hulp voor kinderen en jongeren onder de 18 onder een andere wet, namelijk de Zvw of de Wlz.

–> Meer over jeugdzorg en de Jeugdwet

Overgangsregeling

Voor veel mensen die in 2014 onder de AWBZ vielen, geldt een overgangsregeling. Deze is bedoeld om de overgang naar de nieuwe en bestaande zorgwetten (Wlz, Wmo, Zvw en Jeugdwet) soepel te laten verlopen. Dat betekent dat de regels in 2015 soms nog niet van toepassing zijn.

–> Meer over de overgangsregelingen

Persoonsgebonden budget (pgb)

Ook in 2015 blijft een pgb mogelijk voor de Wlz, Wmo, Zvw of Jeugdwet. Er kunnen wel nieuwe regels van toepassing zijn om voor een pgb in aanmerking te komen. Verder is de uitbetaling van het pgb op een andere manier georganiseerd. Het pgb wordt niet langer ontvangen als voorschot op de eigen rekening. In plaats daarvan zorgt de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor de betaling aan zorgkantoren. Door invoering van het trekkingsrecht zorgt het zorgkantoor ervoor dat het pgb wordt overgemaakt .

–> Meer over het pgb

 

Voor verdere uitleg zie Zorgwijzer.nl

Wmo-overschot gemeenten

Vier oorzaken Wmo-overschot gemeenten

Negen op de tien gemeenten hebben in 2015 geld overgehouden van
 hun Wmo-budget. De Tweede Kamer eist een analyse van staatssecretaris Van Rijn. 19 mei 2016 10 reacties

Negen op de tien gemeenten hebben in 2015 geld overgehouden van hun Wmo-budget. De Tweede Kamer eist een analyse van staatssecretaris Van Rijn. Om hem op weg te helpen alvast vier mogelijke oorzaken.

1. Conservatief begroten
De grote mate van onzekerheid omtrent de hoogte van de rijksvergoedingen voor de gedecentraliseerde taken op het gebied van jeugd, zorg en werk hebben geleid tot extra voorzichtigheid. Tot heel lang bleef onduidelijk hoeveel geld gemeenten in 2015 van het rijk mee zouden krijgen voor de uitvoering van de nieuwe taken. Daarnaast heeft de rijksoverheid een korting van circa 1 miljard euro op de budgetten toegepast voordat de taak werd overgeheveld naar de gemeenten. ‘De vrees was dan ook niet vreemd dat gemeenten bij een gelijkblijvend beleid flink tekort zouden komen’, zegt gemeentefondsspecialist Dirk Jans.

‘Ja, die onzekerheid maakt je als wethouder voorzichtig’, zegt de Groningse hoogleraar economie decentrale overheden Maarten Allers. ‘Je moet als gemeente ­immers je tekorten zelf aanzuiveren. De vraag is waar je dat vandaan haalt, want vanwege het kleine eigenbelastinggebied heb je als gemeente maar weinig mogelijkheden extra inkomsten te genereren.’

2. Onvolledige en incomplete cliëntgegevens
Veel wijst er ook op dat het rijk zelf te royaal is geweest in het verstrekken van bijdragen, toen ze daar voor de decentralisaties in 2015 nog verantwoordelijk voor was. ‘Met de door het rijk overgedragen cliëntgegevens was in elk geval veel mis’, zegt projectmanager sociaal domein Henk Procé van de gemeente Zwolle. ‘Zowel wat betreft de aantallen cliënten als de aard van de aandoening op basis waarvan cliënten een zorgindicatie kregen. Er zat behoorlijk veel ruis in de informatie die we van het rijk kregen.’

Ook de gemeente Renkum wijt de plus van 4 miljoen euro op het sociaal domein aan de ondeugdelijke cliëntgegevens van het rijk. Het daadwerkelijke aantal cliënten was kleiner dan de klantgegevens die de gemeente ontving deden vermoeden. Wethouder Hermine van den Berg: ‘Onze begroting was vastgesteld op basis van het geld dat we van het rijk krijgen voor het sociaal domein. Dit was een ruwe schatting. We wisten dat de rijksbijdrage was vastgesteld op vervuilde gegevens. Maar we wisten niet met welke cliënten we te maken zouden krijgen. Zo waren er inwoners die wel een indicatie hadden, maar geen zorg ontvingen, terwijl de bestanden een ander beeld gaven. Ook vielen veel cliënten in de nieuwe wetgeving onder de Wet langdurige zorg. De Wlz is niet naar de gemeente gegaan.’

3. Gemeenten zijn (te) zuinig geweest
Veel gemeenten hebben van meet af flink de rem gezet op de uitgaven op de Wmo. Door bijvoorbeeld het stopzetten of versoberen van huishoudelijke hulp, scherp inkopen, strenge indicering en het heffen van (hoge) eigen bijdragen. ‘Gemeenten hebben op hoofdlijnen drie knoppen om aan te draaien. Twee knoppen aan de uitgavekant − prijs en volume of inzet van voorzieningen − en één aan die van de inkomsten: de hoogte van de eigen bijdrage die wordt geïnd’, verduidelijkt Niels Uenk, onderzoeker aan de PPRC. Gemeenten hebben volop aan de knoppen gedraaid. ‘Ik verwacht dat de relatieve bijdrage van elk van de drie knoppen veel zal verschillen per gemeente. De ene gemeente heeft bijvoorbeeld maar 10 tot 15 procent op tarieven gekort, in de verwachting dat meer op volume bespaard kon worden. De andere gemeente heeft fors ingezet op tariefskorting, om minder in het volume te hoeven snijden.’

Met Uenk verbaast het Hans van Oers, hoogleraar openbare gezondheidszorg (Tranzo, Tilburg University), niet dat gemeenten op hun budget hebben overgehouden. ‘Gemeenten waren vooraf bang niet uit te komen met de gekorte rijksbudgetten, hadden geen zicht op de zorgvraag binnen hun gemeenten en bij de vaststelling van hun begroting geen zekerheid over de rijksbudgetten die zouden worden overgeheveld. Gemeenten zijn daardoor terughoudend geweest met de inkoop en toekenning van zorg’, stelt Van Oers. Gemeenten hebben daarnaast heel scherp ingekocht. ‘Bij de inkooponderhandelingen hebben gemeenten de aanbieders het vel over de oren gehaald. Aan de andere kant hebben aanbieders, in de concurrentiestrijd, tegen of onder de kostprijs geoffreerd. Met als resultaat dat veel aanbieders met moeite het hoofd boven water kunnen houden.’ Of kopje onder gaan, zoals een aantal thuiszorgorganisaties.

4. Administratie een zootje
Het administratief ‘inregelen’ van de nieuwe taken kwam laat en traag op gang. ‘Gemeenten hebben zich eerst gestort op de inkoop van de zorg. Het inrichten van de systemen is er achteraan gekomen’, stelt Niels Uenk. En er moest een hoop in systemen worden ‘gepropt’. Clientgegevens (wie heeft welke zorg), gegevens van al die nieuwe aanbieders en productcodes, om maar eens wat te noemen. Al die data moesten ook nog eens aan elkaar worden gekoppeld. ‘Zeker in het begin was de facturatie bij gemeenten nog niet op orde. Zorgaanbieders konden nog niet declareren, omdat er nog geen goede formats waren, zodat het heel lang onduidelijk was wat er nu precies werd uitgegeven.’

Regionaal én landelijk opererende zorgaanbieders klaagden ondertussen steen en been. Voor de decentralisatie deden ze zaken met een handjevol zorgkantoren, nu met honderden gemeenten. Die allemaal hun eigen eisen hebben ten aanzien van facturering en verantwoording. Diverse zorgaanbieders hebben extra administratieve krachten moeten inhuren; geld dat ze liever aan zorg besteden.

De Gemeenten krijgen MEER verantwoordelijkheden voor zorgtaken

Decentralisatie van overheidstaken naar gemeenten

Gemeenten worden in 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Een deel van deze taken hebben zij nu ook al, een deel nemen zij over van de Rijksoverheid. Dit heet ook wel decentralisatie. 

Vanuit de gemeente zal 1 persoon ondersteuning en begeleiding bieden aan mensen die dat nodig hebben. Deze persoon doet dat op basis van 1 plan voor het hele huishouden. Gemeenten zitten het dichtst bij de inwoners en kunnen deze zorg effectiever, met minder bureaucratie en goedkoper leveren.

Nieuwe taken voor gemeenten

Gemeenten krijgen er de komende jaren belangrijke taken bij of de huidige taken worden uitgebreid. Het gaat om:

  • zorg bieden aan langdurig zieken of ouderen;
  • hulp bij het vinden van werk (of een uitkering verstrekken);
  • de jeugdzorg.

Gemeenten moeten de nieuwe taken goed aankunnen. Zij kunnen daarvoor met elkaar samenwerken of fuseren. Het Rijk biedt beleidsvrijheid hun nieuwe taken uit te voeren.

Maatregelen decentralisatie overheidstaken naar gemeenten

Het kabinet neemt een aantal maatregelen zodat gemeenten hun nieuwe taken goed kunnen uitvoeren. Zoals:

  • Minder regeldruk voor inwoners. De regels moeten zo eenvoudig mogelijk zijn. Inwoners met ingewikkelde problemen kunnen terecht bij 1 aanspreekpunt.
  • De geldstromen aan gemeenten voor de taken in het sociaal domein worden eenvoudiger en eenduidiger ingericht. Gemeenten krijgen uiteindelijk 1 budget om de participatie in de maatschappij te bevorderen. Besteding van en verantwoording over dit budget wordt zo voor gemeenten overzichtelijker.

De gemeenten hebben het voortouw en een eigen verantwoordelijkheid bij decentralisatie van overheidstaken. Het merendeel van deze taken zullen gemeenten op lokaal niveau uitvoeren. Daarvoor moeten gemeenten op bestuurlijk, ambtelijk en financieel gebied samenwerken. Alleen op die manier kunnen gemeenten hun nieuwe verantwoordelijkheden adequaat invullen en hun taken goed uitvoeren. Andere taken in het sociale domein zullen (boven)regionaal worden opgepakt

De plannen van het kabinet staan in de brief Aanpak decentralisaties op terrein van ondersteuning, participatie en jeugd. Het sociaal akkoord en zorgakkoord hebben geleid tot veranderingen in de plannen. Deze veranderingen staan in de brief Actualisering van de brief over decentralisaties op het terrein van ondersteuning, participatie en jeugd. In de brief Beeld ontwikkeling, ondersteuning en monitoring decentralisaties staan de recente ontwikkelingen in de aanpak bij de decentralisaties in het sociale domein.

Zo goed als alle gemeenten zijn onderdeel van een samenwerkingsverband gericht op de decentralisatie van Jeugdzorg en AWBZ-taken. In korte tijd hebben gemeenten daarmee een belangrijke eerste stap gezet naar een goede uitvoering van de decentralisaties (Zie Kamerbrief over samenwerkingsverbanden gemeenten van 12 juli 2013).

Ondersteuning gemeenten

Gemeenten krijgen ondersteuning via het BZK-programma Gemeenten van de toekomst. Op het webplatform van dit programma vinden gemeenten alles over de 3 decentralisaties. Bijvoorbeeld handreikingen, goede voorbeelden, bijeenkomsten, etc. Op het webplatform is ook informatie te vinden over de ondersteuning die BZK aan gemeenten en samenwerkingsverbanden biedt zoals handreikingen en bijeenkomsten en de expertteams. Deze helpen de gemeenten op weg met regionale samenwerking, Wgr, privacy, e-overheid en burgerkracht.

Verder krijgen gemeenten ondersteuning via het VNG-project Slim Samenwerken. Dit helpt de gemeenten bij de invulling en operationalisering van de samenwerking. De VNG en het ministerie van BZK hebben 3 ambassadeurs gemeentelijke samenwerking aangesteld. Zij gaan gemeenten helpen bij het verder opzetten van gemeentelijke samenwerkingsverbanden.

Informatiebron: Overheid.nl

Hallo!
Probeer uw eigen website te maken, net als ik! Het is makkelijk en u kunt het gratis proberen
ADVERTENTIE