Beschermd Stadsgezicht / Geschiedenis

Landgoed Valkenbosch

Koning Willem II

NB: De voormalige buitenplaats Valkenbosch van de familie Van Rijckevorsel, gelegen aan de Loosduinseweg, werd afgebroken in 1857. Ook een oude boerderij droeg de naam Valkenbos. Het bijbehorende gebied strekte zich uit tot Hanenburg toe. In 1838 werd het landgoed gekocht door de latere koning Willem II.

GESCHIEDENIS                                                                                                               Al op jonge leeftijd blijkt dat de aanstaande koning Willem II in niets lijkt op zijn vader, de standvastige Willem I. Als jonge erfprins laat hij zich in met de Belgische revolutionairen en later ziet hij zich als vorst genoodzaakt in te stemmen met de invoering van een nieuwe liberale grondwet, die zijn macht aanzienlijk beperkt. De negen jaar van het koningschap van Willem II kenmerken zich vooral door de Nederlandse overgang van conservatief naar liberaal.

Willem Frederik werd geboren op 6 december 1792 te Den Haag. Hij was de zoon van de latere koning Willem I (1772-1843) en diens vrouw Wilhelmina van Pruisen (1774-1837). Na het uitbreken van de Bataafse Revolutie en de afschaffing van het stadhouderschap zagen de leden van het Huis Oranje-Nassau zich genoodzaakt Nederland te ontvluchten. Willem en zijn ouders trokken eerst naar Engeland, maar kozen later voor een verblijf aan het Pruisische hof te Berlijn. Daar kreeg de jonge prins nog één broertje, Frederik (1797-1881), en twee zusjes, Paulina (1800-1806) en Marianne (1810-1883).

Slender Billy

Aan het hof van koning Frederik Willem III van Pruisen kreeg de jonge Willem een strenge militaire opleiding. Deze lessen kwamen hem later goed van pas, want hij besloot te gaan vechten in de Napoleontische oorlogen. Zo diende hij in 1813 onder meer in het Engelse leger in Spanje, waar hij de bijnaam ‘Slender Billy’ (Slanke Billy) kreeg. Twee jaar later liep hij een schotwond aan zijn schouder op tijdens de beslissende Slag bij Waterloo. Dankzij zijn heldhaftige militaire optreden was Willem immens populair in de bevrijdde Nederlanden en groeide hij uit tot een nationale held.

Huwelijk met Anna Paulowna

'Prins Willem' door Nicaise de Keyser, 1846

‘Prins Willem’ door Nicaise de Keyser, 1846

In december 1813 verloofde de erfprins zich met Charlotte Augusta, de Britse kroonprinses. Haar moeder was echter fel tegen de relatie en Charlotte weigerde bovendien naar Nederland te verhuizen, met als gevolg dat de verloving na een half jaar weer werd verbroken. Willem trad daarop in februari 1816 in het huwelijk met Anna Paulowna, de dochter van de Russische tsaar Paul I. Samen kregen zij vijf kinderen, één dochter en vier zoons, waarvan de oudste, Willem Alexander Paul (1817-1890), later werd gekroond als koning Willem III. Naar verluidt was er sprake van een gelukkig huwelijk tussen Willem en Anna, al deden er wel geruchten de ronde over homoseksuele verhoudingen van de erfprins met zijn bedienden.

Belgische revolutie

Naarmate de jaren vorderden werd duidelijk dat Willem in vrijwel niets leek op zijn vader. Waar koopman-koning Willem I bekend stond als een sobere, strenge en standvastige man, was de erfprins juist charmant, flamboyant en wispelturig. Uit berichten rondom het hof bleek dan ook regelmatig dat het niet al te goed boterde tussen de twee. Het kwam zelfs zo ver dat de jonge Willem zich in 1830 opwierp als de verdediger van de autonome Zuidelijke Nederlanden, die zich kort daarvoor met de Belgische Revolutie hadden onttrokken aan het bewind van koning Willem I. De erfprins werd daarop door zijn vader op het matje geroepen en besloot in te binden. In 1831 vocht Willem zelfs tegen de opstandelingen als leider van de Tiendaagse Veldtocht, maar deze succesvolle campagne bleek niet genoeg om de afscheiding van België te voorkomen.

Koning Willem II

Na de abdicatie van zijn vader op 7 oktober 1840 besteeg hij de troon als koning Willem II der Nederlanden. Eén van de eerste zaken waar de nieuwe vorst mee werd geconfronteerd was een familieaangelegenheid. Zijn moeder, Wilhelmina van Pruisen, was inmiddels overleden, waarop vader Willem I had besloten te hertrouwen met de Rijksgravin Henriëtte d’Oultremont de Wégimont. Zij was niet alleen de oud-hofdame van Wilhelmina, maar ook nog eens Belgisch én katholiek. De nieuwe relatie veroorzaakte dan ook veel ophef in Nederland en aan het koninklijk hof, maar na verloop van tijd besloot Willem II de ruzie met zijn vader bij te leggen.

Liberale Revolutie

'Koning Willem II' door onbekende artiest (19e eeuw)

‘Koning Willem II’ door onbekende artiest (19e eeuw)

De rust in het land was nog maar amper teruggekeerd of de volgende verontrustende situatie diende zich al weer aan. Tijdens het revolutiejaar 1848 braken er in heel Europa namelijk liberale opstanden uit tegen het conservatieve koninklijk gezag. Ook Willem II stond op dat moment bekend als een conservatief vorst. In zijn eerste jaren had hij zelfs beweerd ‘liever naar het schavot’ te gaan dan dat hij zou instemmen met een liberale grondwet, maar de dreiging van een opstand in de Nederlanden deed hem al snel van gedachten veranderen. Naar eigen zeggen ging hij ‘in één nacht van conservatief naar liberaal’ en stemde hij in 1848 in met de opstelling van een nieuwe liberale grondwet door Johan Thorbecke.

Grondwet 1848

Ondanks dat deze nieuwe constitutie zijn macht aanzienlijk zou beperken, toonde Willem II zich na deze omslag juist een fanatiek voorstander van het wetsvoorstel. Zo hielp hij Thorbecke zelfs om diens nieuwe grondwet succesvol door het parlement te loodsen. Dit kwam de koning op grote kritiek te staan van zijn oudste zoon, de latere Willem III, die niet blij was met het feit dat zijn toekomstige machtspositie nu verzwakt werd. Willem II trok zich hier echter weinig van aan en richtte zich ondertussen liever op zijn favoriete tijdverdrijf: de architectuur.

Tilburg

Gedurende zijn regeerperiode gaf de koning opdracht tot meerdere nieuwe bouwwerken, waarvan er slechts enkelen volledig voltooid zouden worden. Een van zijn favoriete projecten was de aanleg van een nieuw koninklijk paleis in Tilburg, een stad waar Willem II een grote voorliefde voor had. Na een ongelukkige val van een trap in Rotterdam, met als gevolg dat de gezondheid van de koning sterk verslechterde, besloot hij zich dan ook terug te trekken in Tilburg. Hier stierf Willem II op 17 maart 1849 op de leeftijd van 56 jaar, waarvan hij er slechts 9 had gediend als koning der Nederlanden.

Informatiebron: www.isgeschiedenis.nl

 

 

 

Geschiedenis van (Regentesse)- en Valkenboskwartier

Geschiedenis van Regentesse- en Valkenboskwartier

Gepubliceerd: 
03 september 2009
Laatste wijziging: 
04 augustus 2015

Lees meer over de geschiedenis van deze wijken

Het Regentessekwartier is in hoofdzaak gebouwd gedurende de periode 1885-1910. De benaming 'Regentessekwartier', naar de belangrijkste straat in de wijk, kan gezien worden als tijdsaanduiding voor het ontstaan van de wijk: de regeringsperiode van Koningin Emma als regentes (1890-1898).

Het Regentesseplein in 1933 met de nu afgebroken Regentessekerk. IMF-nr. 60036

Na de bouw van het Regentessekwartier kwam het Valkenboskwartier tot stand. Deze wijk ontleent zijn naam aan de buitenplaats Valkenbos, gelegen ter hoogte van de Valkenboskade en de Mient. Dit buiten werd in 1857 afgebroken.

Grens

De grens tussen de twee wijken wordt gevormd door de Beeklaan. Vanouds fungeerde deze laan met de Westerbeek, waarnaar zij genoemd is, ook als scheiding tussen de twee polders in dit gebied, de Mientpolder en het kleine Veentje. Van 1811-1903 liep hier ook de grens tussen de gemeente Den Haag en Loosduinen. De beide polders waren voordat de nieuwe wijken gestalte kregen slechts schaars bebouwd. Alleen in 't Kleine Veentje was voordien het Zeeheldenkwartier tot stand gekomen.

In de 17e eeuw treffen we er enkele boerderijen en buitenplaatsen aan, gesitueerd langs de Beeklaan en de Loosduinseweg, zoals Noorderbeek en Groenestein. Bij de kruising van deze wegen lag van oudsher de herberg 'De Vink'. In de 19de eeuw, maar mogelijk al eerder, zwaaide de familie Schrijver - beroemd om zijn welgeschapen dochters - er de scepter. 'De Vink' was een geliefd rustpunt voor wandelaars uit Den Haag. Er lag een kolfbaan en er was een tuin waar het genoeglijk en beschut zitten was. Hier vertrokken de schuiten naar het Westland en de diligence naar 's-Gravenzande.

Vlakbij de bebouwde kom tegenover de zogenoemde Westermolens lag sedert 1734 op de hoek van de Veenkade en de Noord-West-Buitensingel de Haasmolen, een moutmolen die in 1911 moest worden afgebroken voor de aanleg van De Constant Rebecquestraat. Meer naar de Loosduinseweg stond de uit 1823 daterende houtzaagmolen Willem de Eerste, gesticht door Arnoldus van Gogh Jzn.

Langs de Loosduinseweg waren in diezelfde tijd diverse wasserijen gevestigd, die gebruik maakten van de aanwezigheid van schoon open water en grote onbebouwde terreinen voor hun bleekvelden. Voorts werd aan de rand van de stad een aantal tuindersbedrijven aangetroffen, vooral in het gebied tussen het Verversingskanaal, de Marnixstraat en de Koningin Emmakade. Dit gebied werd dan ook pas in een later stadium gebouwd. Tot 1939 heeft een straatnaam als de Teellustlaan (sindsdien Cort Heyligersstraat) daaraan herinnerd.

Omstreeks 1875 werd de oorspronkelijke bebouwing aanmerkelijk uitgebreid in deze omgeving. Naast de al in 1871 ingerichte As- en Vuilnisstaal begon in 1875 de bouw van de Gemeentelijke Gasfabriek aan de Gaslaan. Tevens werd aan de Noord-West-Buitensingel en de Loosduinseweg een aantal zijstraten (in feite doodlopende stegen) aangelegd waaraan hofjescomplexen verrezen: de Westerstraat, de Teellustlaan, de Van Geenstraat en de Tripstraat. Het gerief en de kwaliteit van deze complexen was gering: voor bouwwerken die niet aan de openbare straat waren gelegen golden geen bouwvoorschriften.

Nadat in 1885 aan de Loosduinseweg het R.K. weeshuis 'Groenestein' was verrezen op de plek van het voormalige en gelijknamige buiten, werd de bouw in de omgeving van de gasfasbriek in 1888 voorlopig afgerond met de oplevering van een complex arbeiderswoningen van de Coöperatieve Bouwvereeniging Vooruit II. Directeur van de gasfabriek J.E.M. Kros was een van de commissarisen van deze bouwvereniging en het waren vooral werklieden van de gasfabriek die deze huizen gingen bewonen.

Het water van de Koningin Emmakade en enkele andere vaarten zoals die langs de latere Valkenboskade, dienden voor de afvoer van duinzand naar de bouwcomplexen in de omgeving. Vanaf de Koningin Emmakade kwam de systematische bouw van de Regentessebuurt op gang. Logischerwijs rukte deze bebouwing op vanaf de bebouwde kom in de richting van de toenmalige grens met de gemeente Loosduinen (de huidige Beeklaan).

In 1884 werd begonnen met de aanleg van het stratenplan; allereerst de hoofdstraten: het Koningsplein, de Weimarstraat (aanvankelijk Saksen-Weimarstraat) en de Regentesselaan. Tevens werd deels ter plaatse van een bestaand kanaal, het Verversingskanaal gegraven, dat moest dienen voor de verversing van het stinkende Haagse grachtenwater. In 1889 kwam het gereed. De grond hiervoor werd geschonken door de groothertogin van Saksen-Weimar en bouwondernemer C. Goekoop.

Bevolkingsgroei

De gehele wijk verrees onder druk van de sterke groei van de Haagse bevolking in elkaar snel opvolgende fasen. Rond 1875 bereikte Den Haag een omvang van 100.000 inwoners, welk aantal in 1900 reeds was verdubbeld en in 1913 zelfs verdrievoudigd.

Omstreeks 1890 bleek de woonbuurt rond het Koningsplein, tussen de Koningin Emmakade en het Verversingskanaal nagenoeg geheel voltooid; in 1900 was de bouw gevorderd tot over de Regentesselaan (de Regentessekerk dateert van 1901) en langs de gehele Weimarstraat tot aan de Beeklaan, terwijl in 1910 - dus na 25 jaar - de wijk geheel was volgebouwd.

De laatste fase betrof het gebied tussen het Verversingskanaal en de Marnixstraat, waar in 1904 de tuinderijen moesten wijken voor de elektriciteitscentrale, waarna ook de De Constant Rebecquestraat en omgeving werden gerealiseerd. In 1906 kwam aan de Loosduinseweg tenslotte de - inmiddels verdwenen - gasmeterfabriek van Wilson.

Door de gedeeltelijke annexatie van Loosduinen door Den Haag in 1903 was de mogelijkheid geschapen voor verdere stadsuitbreiding in het zuidwesten van de stad. Grote terreinen werden bovendien door de gemeente aangekocht, waardoor zij invloed op de wijze van uitbreiding kreeg: in 1906 een gebied van 107 ha. tussen het Verversingskanaal, de Beek en de toenmalige gemeentegrens van Loosduinen, waarop in de daaropvolgende jaren het Valkenboskwartier werd gebouwd.

De bebouwing van het Valkenboskwartier is een logische voortzetting van die van het Regentessekwartier; een tiental zijstraten, die van het Regentessekwartier uitkomen op de Beeklaan, vinden hun vervolg in het Valkenboskwartier, terwijl de Beeklaan zelf door zijn geringe breedte en de aanwezigheid van (winkel-)voorzieningen aan beide straatzijden eerder een bindend dan een scheidend element tussen beide wijken vormt.

Van infrastructureel belang voor het gebied was verder de aanleg van twee stroomtramlijnen. De stroomtram van de Westnederlandse Stoomtram Maatschappij (W.S.M.) ging vanaf de Lijnbaan over de Loosduinseweg naar het Westland, terwijl een stoomtram van de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij van het station Hollands Spoor via het huidige tracé van lijn 11 naar Scheveningen reed. Beide tracés dateerden uit de periode 1880-1890.

Typerend voor het gebied is ongetwijfeld het diagonale verloop van de hoofdstraten, de Regentesselaan en de Valkenboslaan, en als gevolg daarvan de onregelmatige vorm van een groot aantal bouwblokken. Ook in de Transvaalbuurt, een deel van de Schilderswijk en Duinoord (uit dezelfde bouwperiode als dit gebied) wordt een dergelijke structuur aangetroffen. Andere kenmerkende elementen zijn de vaak zeer lange ononderbroken gevelwanden en de geringe diepte van de bouwblokken.

Koningin Emmakade, gezien van de brug in de Laan van Meerdervoort, richting Sweelinckplein, 01-07-1955

Veranderingen

Sedert zijn ontstaan is de wijk geconfronteerd met enkele belangrijke veranderingen. Door de ingrijpende profielwijzigingen van de Loosduinseweg (± 1935), de Lijnbaan en de Koningin Emmakade (± 1960) nam het isolement ten opzichte van het stadscentrum en de andere wijken toe. Van de Koningin Emmakade en van de Loosduinseweg ging daarbij als gevolg van het dempen van de Afzanderijvaart en de uit 1643 daterende Loosduinsevaart en het verlies van de daar aanwezige bomen het oorspronkelijk landelijke karakter goeddeels verloren.

In de jaren dertig werd een begin gemaakt met de sanering van de bebouwing; met het saneringsplan Van Boecopkade verdwenen de Westerstraat en de Teellustlaan en de daaraan gelegen hofjescomplexen, die grotendeels in slechte staat verkeerden. Daarvoor in de plaats werden enkele blokken nieuwe (portiek-)woningen gebouwd. Ook de hofjes aan de Loosduinseweg werden van lieverlee gesloopt, waarna de vrijkomende ruimte werd benut voor nieuwe bedrijfs- en kantoorbebouwing. Het R.K. weeshuis Groenestein, dat evenmin nog aan zijn oorspronkelijke bestemming voldeed, verdween in 1970, terwijl tenslotte de Regentessekerk aan het Regentesseplein eind 1974 werd gesloopt, waarmee een beeldbepalend element uit het hart van de wijk verdween.

U kunt meer lezen over Regentesse- en Valkenboskwartier in:

  • A. van 't Oosten: Regentessekwartier - Valkenboskwartier; twee wijken verbonden en gescheiden door de Beeklaan. Den Haag 1994
  • Konkreet: aktiekrant voor het Regentesse- en het Valkenboskwartier, 1979 jrg.1.

Informatiebron: Denhaag.nl

Abram van Rijckevorsel erfde in 1815 Landgoed Valkenbosch

Informatiebron stadsarchief Rotterdam

Abram van Rijckevorselweg

Straat Abram van Rijckevorselweg
Benoemingsbesluit B&W
Datum 10-02-1965
Wijkindeling 08-42, 45

 

Daarnaast was hij lid van de Eerste en Tweede Kamer Abram van Rijckevorsel (1790-1864), de achtste generatie Van Rijckevorsel in Rotterdasm, was een bijzonder actieve en zeer belangrijke man in Rotterdam. Hij verloor al op 9-jarige leeftijd zijn vader en op 11-jarige leeftijd ging hij op aanraden van zijn grootvader werken op diens kantoor, de handelsfirma Hubert & Van Rijckevorsel. Zijn moeder hertrouwde met Abram Hubert, maar deze overleed al na korte tijd. Het vermogen van de familie werd in 1811 ondergebracht in de nieuwe firma Wed. Hubert & Van Rijckevorsel. Moeder en zoon waren de enige firmanten. Het beheer berustte geheel bij Abram van Rijckevorsel, die dus al op 20-jarige leeftijd zelfstandig als koopman optrad. De firma hield zich vooral bezig met graanhandel en de handel in koloniale producten, later ook met assurantiezaken. Toen zijn grootvader in 1815 overleed, erfde Abram landgoed Valkenbosch bij Den haag. Hij verkocht het in 1838 aan de prins van Oranje, de latere koning Willem II. Abram was meer dan 25 jaar president van de Rotterdamse Kamer van Koophandel, waarin hij een belangrijke rol speelde in de Nederlandse en in de Rotterdamse handelspolitiek, en tien jaar lid van de gemeenteraad. Bovendien werd hij in 1841 lid van de Tweede Kamer en hij had tussen 1853 en 1862 zitting in de Eerste Kamer. 

Z.K.H. Prins Willem Frederik / aantal landgoederen incl. Valkenbos

Z.K.H. Prins Willem Frederik (de latere Koning Willem II) had een aantal landgoederen waaronder; Valkenboskwartier.
Met dank voor de onderstaande beschrijving; genealogie – Verbove – van der Vat.

Metselaars, tuinlieden en huwelijksfeesten een beschrijving van de familie Voortman.
De naam Voortman komt vooral veel voor in Overijssel en is waarschijnlijk van Duitse herkomst. Er is echter ook een Zuidhollandse tak en die wordt hier gedeeltelijk beschreven. Of er enig verband is tussen de beide families is (nog) niet duidelijk.
We beginnen onze beschrijving in de omgeving van Delft.
Hendrik Jansz Voortman trouwt in 1673 in Schipluiden met Rachel Bucquet, de oudste dochter van Steven Bucquet en Annetje Blondeus. Hendrik en Rachel krijgen maar liefst dertien kinderen en wonen in Delft.
Eén van hun kinderen is Catharina, geboren in 1681. We komen haar in 1707 weer tegen in Loosduinen, waar zij een zoon Johannes krijgt. Zij is dan ongehuwd, waardoor haar zoon haar achternaam krijgt. Ene Jan van der Valk is vermoedelijk de vader. Dit valt af te leiden uit een verklaring die Catharina op 8 december 1707 aflegt ten overstaan van notaris Couckebacker in 's-Gravenhage ter voorbereiding van een "cas matrimonieel". Processtukken zijn verder niet boven water gekomen, dus mogelijk is de zaak geschikt. Waarschijnlijk heeft Jan van der Valk Catharina zwanger gemaakt en haar beloofd te zullen trouwen, wat echter niet is gebeurd. Een klein jaar later trouwt Catharina met de weduwnaar Frank Pieterse Noordervliet. Johannes blijft de achternaam Voortman dragen.
Johannes blijft zijn hele leven in Loosduinen wonen. In 1729 trouwt hij met Helena Alkemade en zij krijgen ten minste drie kinderen. Helena sterft in 1761 en Johannes hertrouwt op 70-jarige leeftijd met Catharina Groeneweg.
Johannes' zoon Daniel trouwt pas op 44-jarige leeftijd met de veertien jaar jongere Magdalena Eekhout, die afkomstig is uit Rijswijk. Zij krijgen vijf kinderen. De oudste zoon Leenderd is tuinman. Hij trouwt in 1798 in Scheveningen met Johanna Maria Reijntjes en woont aan de Veenweg tussen Wilsveen en Nootdorp. Leenderd overlijdt in 1851 in Den Haag.
Metselaars en tuinlieden
De tweede zoon van Daniel en Magdalena heet Johannes en de derde Jacobus. Ze hebben ook nog twee dochters, Elisabeth en Johanna.
Johannes trouwt in 1801 met Geertrui van Nuffelen en zij noemen hun oudste zoon Daniel, naar zijn grootvader. Daniel gaat werken als metselaar, een beroep dat ook door een aantal van zijn zonen wordt uitgeoefend. Een ander beroep dat we in de 19e eeuw regelmatig tegenkomen bij de Voortmann en is tuinman. Loosduinen werd in die tijd immers steeds belangrijker als tuinbouwgebied.
Ze zijn echter niet alleen werkzaam in het warmoeziersbedrijf, maar ook bij het onderhoud van particuliere tuinen. Zo is bijvoorbeeld Jacob (1835-1887), zoon van Johannes Voortman en Maria de Zoete, ruim twintig jaar lang de tuinbaas van Adrian Moens en zijn vrouw Grace Turing, die Villa Gloriette in Scheveningen bewonen. Bij het overlijden van Jacob spreekt zijn werkgeefster haar waardering voor hem uit in een familiebericht in de krant: 'Heden overleed, tot mijne groote droefheid, mijn Tuinbaas, de Heer J. Voortman, die mij gedurende ruim 20 jaren trouw en eerlijk heeft gediend. Wed. A. Moens-Turing'.
Jager van Zijne Majesteit den koning  Willem Voortman, de zoon van Jacobus en Margrietha Kroonenberg, wordt geboren in 1818 in Loosduinen. Hij treedt in 1838, het jaar waarin hij trouwt met Petronella Hogenwoning, in dienst als jager van Z.K.H. Prins Willem Frederik, de latere koning Willem II. Deze had een aantal landgoederen en grote stukken duingebied tussen Den Haag en Loosduinen opgekocht om als jachtgebied te gebruiken. Het gebied, dat tegenwoordig midden in de bebouwde kom van Den Haag ligt, omvatte onder andere de landgoederen Zorgvliet, Houtrust, Valkenbos en Rustenburg en was ruim 600 ha groot.
Willem blijft zijn hele leven in dienst van de koning. Hij klimt van jager op tot jachtopziener en rijksveldwachter. In 1888 plaatst zijn zoon Johannes een familiebericht in de krant ter gelegenheid van het 50-jarig huwelijk van zijn ouders en hij voegt eraan toe: 'ook vijftig jaar in dienst Vorstelijk Huis'. Willem woont dan met zijn vrouw in villa Valkenbosch. Hij sterft nog hetzelfde jaar, 70 jaar oud.
25-jarige echtvereeniging
Een ander huwelijksjubileum dat de krant haalt is dat van Daniel Voortman en Anthonia Josephina Coelen. Daniel is de zoon van Daniel Voortman en Dina van Ouwendijk en de kleinzoon van de hierboven genoemde Johannes. Anthonia Josephina, die uit Utrecht afkomstig is, is de dochter van Simon Coelen en Catharina Elisabeth Giovanelli. Daniel en Anthonia trouwen in 1879 in Den Haag, maar wonen tot 1895 in Loosduinen. Zij krijgen 11 kinderen. De oudste dochter is Johanna Maria, die in 1907 trouwt met Pieter Verbove. De oudste zoon heet Simon. In 1895 verhuist het gezin naar Ouddorp op Goeree-Overflakkee. De oudste kinderen blijven echter in Loosduinen of Den Haag wonen. Simon voegt zich in 1896 bij de rest van de familie in Ouddorp. Hij plaatst in 1904 een advertentie in de krant met de volgende tekst: 'Zoo de Heere wil en zij leven, hopen onze geliefde Ouders Daniel Voortman en Anthonia Jozephina Coelen op Zaterdag 7 mei a.s. hunne 25-jarige echtvereeniging te herdenken.'
De oudjes verheugen zich nog in een uitstekende gezondheid
Daniel en Anthonia zijn nog maar beginners in vergelijking met Margaretha Jacoba Voortman en haar echtgenoot Abram Pauptit. Zij vieren namelijk in 1912 hun 60-jarig huwelijksfeest. Margaretha Jacoba is de achternicht van Daniel en de zus van tuinbaas Jacob. In 1852 trouwt zij in Loosduinen met de metselaar Abram Pauptit. Ze vestigen zich in Stompwijk, maar verhuizen later naar Scheveningen, waar ook haar ouders wonen.
Hun 60-jarig huwelijksfeest haalt de krant. Onder de foto's van de hoogbejaarde echtelieden staat de tekst: 'Zestig Jarig Huwelijksfeest van A. Pauptit (87 jaar) en M.J. Voortman (85 jaar) te Scheveningen gevierd in een uitgebreiden familie- en vriendenkring.
Echter, Abram sterft nog geen jaar later; Margaretha Jacoba houdt het vol tot december 1916.
Informatiebron: [Met dank aan de heer H. Beudeker]

       

Bijzonder cultuurhistorische karakter

Beschermde stads- en dorpsgezichten!

Een beschermd stads- of dorpsgezicht is een gebied met een bijzonder cultuurhistorisch karakter. Door de bescherming blijft het cultuurhistorische karakter behouden. In Nederland zijn er ongeveer 400 beschermde gezichten. In een beschermd stads- of dorpsgezicht staan altijd rijksmonumenten, maar niet alle panden binnen het gezicht hebben een monumentale status. Woont u binnen een beschermd gezicht? Dan kunt u niet zomaar verbouwen of elementen veranderen aan uw pand. Ook als uw pand geen monumentale status heeft. Voordat u met de werkzaamheden begint, informeert u bij uw gemeente of u een vergunning nodig heeft.

Gesloten bouwblokken met diagonale stratenpatroon

Foto eigendom van Mf./vH

Mooie architectonische bouwstijlen

Pleinachtige ruimten zijn te vinden op de kruisingen van deze assen en op de aansluitingen met de Laan van Meerdervoort en Loosduinseweg. Kenmerkend zijn voorts de gesloten bouwblokken met geringe diepte en de vaak onregelmatige vorm als gevolg van het diagonale stratenpatroon.

De opzet van een groenstructuur in de brede hoofdstraten is in de Valkenboslaan en het brede deel van de Beeklaan nog aanwezig. Ook het groen in de Copernicuslaan, de Valkenboslaan, langs de Valkenboskade en op het Newtonplein behoren tot de oorspronkelijke opzet van de wijk. De uitleg van het Valkenboskwartier is in feite een voortzetting van het Regentessekwartier, waar ir. I.A. Lindo ook een plan voor de hoofdstraten had ontwordpen. Een groot aantal straten dat van het Regentessekwartier uitkomt op de Beeklaan vindt zijn vervolg in het Valkenboskwartier. Door de vergelijkbare stedenbouwkundige opzet, de continuering van het stratenpatroon en het bebouwingsbeeld lopen beide wijken vloeiend in elkaar over.

Structurele en/of functionale veranderingen

De Weimarstraat kreeg al snel een belangrijke winkelfunctie, die in de loop van de 20de eeuw verder werd versterkt. Tussen de Beeklaan en Valkenboslaan kent deze straat vrijwel aaneengesloten rijen winkels. ook in de Beeklaan, de Edisonstraat, de Copernicusstraat en in mindere mate de Laan van Meerdervoort en de Valkenboskade in de oorspronkelijke woonfunctie gedeeltelijk vervangen door detailhandel en horeca.

Al in 1932 werd de Loosduinse Vaart tussen de Fahrenheitstraat en de Lijnbaan gedempt; in 1982 gevolgd door het deel tussen de Fahrenheitstraat en de Valkenboskade. Dit laatste gedeelte is ingericht als speelplaats met openbare groenvoorziening. Langs de Loosduinseweg en de Laan van Meerdervoort is ten behoeve van het verkeer de oorspronkelijke lineaire groenstructuur verdwenen. Het bejaardenhuis aan het Newtonplein en de nieuwbouw in de Newtonstraat geven midden in de wijk een schaalvergroting te zien.

Bebouwingsbeeld

De bebouwing van het Valkenboskwartier wordt gekenmerkt door aaneengesloten gevelwanden in de rooilijn. Slechts enkele huizenreeksen, met name in de Galileistraat en Marconistraat, zijn terugliggend gesitueerd met voortuintjes. Het merendeel van de panden kent een opbouw van drie bouwlagen met kap of plat dak, hoewel ook twee bouwlagen met kap geen uitzondering is. Vrijstaande woonhuizen komen niet voor. 

Typologisch bestaat de bebouwing voornamelijk uit beneden- en bovenwoningen en portiekwoningen. In het gebied waarin de Buys Ballotstraat, de Galileistraat, de Marconistraat, de Laan van Meerdervoort en delen van de Valkenboslaan en de Weimarstraat liggen komen herenhuizen voor. Ten oosten van de Valkenboslaan tot de Valkenboskade domineert de beneden- en bovenwoning met twee deuren aan de straatzijde. Portiekwoningen komen hier incidenteel voor. De westzijde van de Valkenboslaan geeft een tegenover gesteld beeld te zien; hier is de portiekwoning algemeen. Stilistisch behoort de bebouwing tot de overgangs-architectuur. De toepassing van verblendsteen, houten erkers en details afkomstig uit de vormen taal van de Neo-renaissance en Art Nouveau bepalen het beeld. Over het algemeen is de architectuur sober en eenvoudig van vormgeving, Rijkere gevelwanden geven de bovengenoemde straten met eensgezinswoningen de uitstraling van meer in de trend van herenhuizen. De wijk bezit met uitzondering van de Neogotische Heilige Agneskerk aan de Beeklaan 188  nog een paar opvallende klassieke bouwwerken. Een opmerkelijke complex van sociale woningbouw met architectuurhistorische waarde zijn de arbeiderswoningen in de Celsiusstraat en omgeving van de architect D. Roosenburg uit 1927-1928.

Typerend zijn; het overwegend goed bewaarde bebouwingsbeeld uit het begin van de 20e eeuw, dat een gaaf ensemble vormt in samenhang met het stedenbouwkundige patroon naar ontwerp van ir. I.A. Lindo uit 1903. De bebouwingsvorm van gesloten bouwblokken van twee of drie lagen met kap of platte daken waarin neo-renaissance en overgangs-architectuur als architectuurstroming van sobere baksteen bepalend is voor het gevelbeeld. De aanleg van het Copernicusplein en het Newtonplein met groenvoorziening. De lineaire groenstructuren van de Valkenboslaan en het brede deel van de Beeklaan. De groenaanleg en het water van de Valkenboskade.

Waardering; het Valkenboskwartier, omsloten door de Valkenboskade (Westzijde), de as van de Loosduinseweg, de as van de Beeklaan en de achterzijde van de bebouwing aan de noordzijde van de Laan van Meerdervoort, is een overwegend gaaf voorbeeld van een tussen 1900 en 1915 voor de Middenstand gerealiseerde uitbreidingswijk, waarvan het rechte verkavelingspatroon op de schuin doorlopende verkeersdiagonaal van de Valkenboskade kenmerkend is als ontwerp van ir. I.A. Lindo.

Goed bewaard en daardoor waardevol is het samenhangende architectuurbeeld van merendeels als blokhuizen uitgevoerde gevels in sobere neo-renaissance en overgangsarchitectuur.

Belangrijke accenten in de wijk zijn de lineaire groenstructuur van de Beeklaan, de Valkenboslaan, de Valkenboskade en de openruimte van het Newtonplein.

 

Architectuurhistorische Waarden

Foto eigendom van Mf./vH

Het Valkenboskwartier is zowel stilistisch als stedenbouwkundig te splitsen in twee delen met als grens de Valkenboskade.

De wijk, gelegen in de vroegere Mientpolder, heeft haar naam te danken aan de voormalige buitenplaats Valkenbosch op de kruising van de Valkenboskade en de Mient (afgebroken in 1857). De Beeklaan vormde de grens tussen de Mientpolder en het Kleine Veentje. In deze laatste polder waren al eerder de stadsuitbreidingen van het Zeeheldenkwartier en het Regentessekwartier gerealiseerd. Met de voltooiing van het Regentessekwartier vlak na de eeuwwisseling tot aan de Beeklaan was de toenmalige gemeentegrens met Loosduinen bereikt.

Ontwikkelingsgeschiedenis

Het gebied ten noordoosten van de Valkenboskade van het Valkenboskwartier is tussen 1903 en de Eerste Wereldoorlog aangelegd als woonwijk voor de Middenstand en beter betaalde arbeider met tevens her en der verspreide, kleine bedrijfsvestigingen.

De stedenbouwkundige aanleg is grotendeels uitgevoerd conform het uitbreidingsplan uit 1903 van ir. I.A. Lindo, directeur van de Dienst der Gemeentewerken. Alleen het gebied omsloten door de Weimarstraat, Valkenboskade, Laan van Meerdervoort en Fahrenheitstraat, dat tussen ca. 1910-1915 als laatste onderdeel tot stand kwam, is in een afwijkende verkaveling gerealiseerd ten opzicht van het plan van Lindo van 1903.

De in wezen nog de 19de eeuwse stedenbouwkundige opvattingen van ir. L.A. Lindo worden beheerst door een verkeerstechnische invalshoek. Essentieel was een goede ontsluiting van de wijk. Deze kon zijn inziens het best worden bereikt door middel van een diagonaal door de wijk gesitueerde hoofdontsluitingsroute met hierop aansluitend secundaire assen. De kruisingen kregen een pleinachtig karakter zonder dat van echte pleinen gesproken kon worden. Lindo ging er, blijkens zijn toelichting op het uitbreidingsplan uit 1903 vanuit, dat echte pleinen niet mogelijk waren omdat de gemeente onvoldoende bevoegdheden had om de daarvoor noodzakelijke monumentale bebouwing af te dwingen.

De diagonale hoofdontsluitingsroute, de Valkenboslaan, wordt doorkruist door de secundaire assen van de Edisonstraat, Weimarstraat en de Fahrenheitstraat.

Onze mooie wijk Valkenbosch!

Foto eigendom van Mf./vH
Monumenten en stadsgezichten zijn een rijk cultureel erfgoed!
Die grote rijkdom geeft Den Haag een positief imago, de stad onderscheidt zich er mee van andere steden.
 
Status: Gemeentelijk Beschermd Stadsgezicht

De wijk is van groot belang vanwege de stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden.

 

 

Het Valkenboskwartier, omsloten door de Valkenboskade (westzijde), de as van de Loosduinseweg, de as van de Beeklaan en de achterzijde van de bebouwing aan de noordzijde van de Laan van Meerdervoort, is een overwegend gaaf voorbeeld van een tussen 1900 en 1915 voor de middenstand gerealiseerde uitbreidingswijk, waarvan het rechte verkavelingspatroon op de schuin doorlopende verkeersdiagonaal van de Valkenboskade kenmerkend is als ontwerp van ir. I.A. Lindo.

Typerend zijn:
-het overwegend goed bewaarde bebouwingsbeeld  uit het begin van de 20ste eeuw dat een gaaf ensemble vormt in samenhang met het stedenbouwkundige patroon naar ontwerp van ir. I.A. Lindo uit 1903,
-de bebouwingsvorm van gesloten bouwblokken van twee of drie lagen met kap of platte daken waarin de neo-renaissance en overgangs-architectuur als architectuurstroming van sobere baksteen bepalend is voor het gevelbeeld,
-de aanleg van het Copernicusplein en het Newtonplein met groenvoorziening,
-de lineaire groenstructuren van de Valkenboslaan en het brede deel van de Beeklaan,
-de groenaanleg en het water van de Valkenboskade

Hallo!
Probeer uw eigen website te maken, net als ik! Het is makkelijk en u kunt het gratis proberen
ADVERTENTIE